Voedselbehandelaars zijn verplicht zich te houden aan de waarschuwingen voor verontreinigingsgevaar die door verschillende regelgevende instanties worden uitgeven, waaronder onder andere de –
(1) Food Standards Agency (FSA)
De Food Safety (General Food Hygiene) Regulations 1995 verklaren dat: “Een eigenaar van een voedselbedrijf alle stappen van kritisch belang in de activiteiten van de voedselverwerking zal identificeren om de voedselveiligheid te garanderen en te garanderen dat er adequate veiligheidsprocedures zijn vastgesteld, geïmplementeerd, onderhouden en geëvalueerd op basis van de onderstaande principes:
A:
Analyse van de mogelijke gevaren met betrekking tot voedsel in een voedselverwerkende handeling;
B:
Vaststellen van de punten in die handelingen waar gevaren met betrekking tot voedsel zich voor kunnen doen;
C:
Besluiten welke vastgestelde punten van kritisch belang zijn om de veiligheid van voedsel te garanderen ("kritische punten”);
D:
Vaststellen en implementeren van effectieve procedures voor controle en bewaking op die kritische punten;
E:
Periodieke evaluatie van de analyse van gevaren met betrekking tot voedsel, de kritische punten en de procedures voor controle en bewaking en als de werkwijze van het voedselbedrijf wordt gewijzigd"
Statutory Instrument 1995 No. 1763
De Food Safety (General Food Hygiene) Regulations 1995
Hoofdstuk 1
Algemene vereisten voor voedsellocaties (anders dan die gespecificeerd in hoofdstuk III)
2. De lay-out, ontwerp, bouw en grootte van voedsellocaties zal –
B:
Dusdanig zijn dat deze beschermen tegen de ophoping van stof, contact met giftige materialen, het vallen van deeltjes in voedsel en condensvorming of ongewenste schimmelvorming op oppervlakken;
C:
Goede voedselhyiënepraktijken mogelijk maken, waaronder bescherming tegen kruisbesmetting tussen en gedurende handelingen, door voedsel, apparatuur, materialen, water, luchtvoorziening of persoonlijke of externe besmettingsbronnen.
Van toepassing zijnde richtlijnen voor voedingswaren
1.
Er zullen geen grondstoffen of ingrediënten door een voedselverwerkend bedrijf worden geaccepteerd als daarvan bekend of redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze dusdanig verontreinigd zijn met parasieten, pathogene micro-organismen of giftige, vergane of vreemde stoffen, dat deze na normaal sorteren en/of voorbereidende of verwerkingsprocedures die op hygiënische wijze door voedselverwerkende bedrijven worden toegepast, deze nog steeds ongeschikt voor menselijke consumptie zijn.
2.
Grondstoffen en ingrediënten die in het bedrijf worden opgeslagen zullen in de juiste omstandigheden, ontworpen om schadelijke afbraak te voorkomen en deze te beschermen tegen verontreiniging, worden bewaard.
3.
Alle voedingswaren die worden behandeld, opgeslagen, verpakt, tentoongesteld en vervoerd, dienen te worden beschermd tegen iedere verontreiniging die het voedsel ongeschikt voor menselijke consumptie kan maken, schade kan aanbrengen aan de gezondheid of dusdanig verontreinigd is dat redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat het in die toestand kan worden geconsumeerd. In het bijzonder moeten voedingswaren dusdanig worden geplaatst en/of beschermd dat de risico's op verontreiniging worden geminimaliseerd. Er moeten adequate procedures zijn ingericht om ervoor te zorgen ongedierte onder controle is.
4.
Gevaarlijke en/of oneetbare stoffen, waaronder diervoeders, zullen adequaat worden gelabeld en in afzonderlijke en beveiligde containers worden opgeslagen.
(2) United Kingdom Agricultural Supply Trade Association (UKASTA)
Code voor de opslag van combineerbare oogst
B.1 De opslag moet veilig, schoon en geschikt voor het doel zijn. (R) Deze moet goed zijn gebouwd van duurzame materialen, volledig zijn afgesloten en beveiligd tegen vogels en knaagdieren.
Code voor de opslag van droge diervoerdes Van kracht per 1 juni 1999
“Schakelaars, bedrading, verlichting etc. dienen te voldoen aan de relevante brand/veiligheidsrichtiljnen en dienen te worden geplaatst uit de buurt van alle opgeslagen materialen. Alle lichtpeertjes en fluorescentiebuizen en alle glazen ramen en glazen daklichten moeten worden beschermd om te voorkomen dat glas de opgeslagen goederen kan verontreinigen.”
Melkopslagruimte (de zuivelfabriek)
De zuivelfabriek moet: lichten met beschermhulzen hebben om het risico op verontreiniging te minimaliseren.
1.4
De melkkamer moet lichten met beschermhulzen hebben
3.
Fabriek & apparatuur
Het is belangrijk dat alle mechanische en elektrische installaties op de boerderij adequaat worden onderhouden om ervoor te zorgen dat er zich geen problemen voordoen met de melkkwaliteit, hygiëne en gezondheids- en welzijnsproblemen bij het vee voordoen.
Managementsystemen voor hygiëne en productveiligheid
(5) The Royal Society for the Promotion of Health Certification Scheme for Food Packaging Manufacturers
14. BEHEERSING VAN VREEMDE VOORWERPEN EN GLAS Voorwaarden waaraan moet worden voldaan:
i)
De risicoanalyse moet alle mogelijke bronnen van verontreiniging met vreemde voorwerpen waaronder metaal, hout, plastic, etc. vaststellen en geschikte beheermaatregelen specificeren.
ii)
Alle bronnen van glas en rigide breekbare plastics moeten worden vastgesteld en de juiste stappen moeten worden genomen om te voorkomen dat deze in een product terechtkomen als gevolg van breuk, bijvoorbeeld door het plaatsen van diffusers op verlichting, het lamineren van glazen ramen, etc.
iii)
In gebieden met zeer veel risico moeten alle bronnen van glas worden verwijderd of beschermd. Er moet een geplande programma zijn voor de uiteindelijke vervanging van glas of andere even effectieve beheermaatregelen.
iv)
Als glas een onvermijdeiljk of integraal onderdeel van de apparatuur is, moeten er specifieke procedures zijn ingericht om te integriteit van het glas te allen tijde waarborgen en te zorgen dat mogelijk aangetaste producten gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd en teruggeroepen in geval van breuk.
v)
De juiste protocollen moeten worden geformuleerd voor het handelen in geval van breuk. Dergelijke protocollen dienden het vasthouden en inspecteren van relevante productpartijen en eventuele hieropvolgende afvoermethoden.
“Producenten moeten een strategie hebben voor het onderhouden van de oogsthygiëne tijdens de behandeling en opslag na de oogst. In het ideale geval moeten oogsten worden opgeslagen in hiervoor speciaal ingerichte faciliteiten. Alle mogelijke opslag- en bewaarlocaties moeten ruim vóór de oogsttijd kritisch worden beoordeeld en voorbereid . De geschiktheid van een locatie moet worden bekeken in relatie tot de mogelijke gevaren voor de oogst. Dit is afhankelijk van de tijd dat het graan op de locatie blijft en van een aantal locatiespecifieke factoren.”
Volgens de methode moeten er niet-glas stofhulzen worden gebruikt ter bescherming van de elektrische verlichting.